Home   De psychologische basisbehoeften

De psychologische basisbehoeften

Alle mensen hebben psychologische basisbehoeften, en voor het vervullen van die basisbehoeften hebben we anderen nodig. Hoe wij met onze omgeving interacteren, is uitvoerig beschreven in de Self Determination Theory (Deci & Ryan, 1985; Deci & Ryan, 2000 en Ryan & Deci, 2000). Deze theorie gaat ervan uit dat wij als mens streven naar integratie van psychische elementen (voelen, denken, handelen etc.) en integratie in de sociale context. Dit wordt gevoed door de drie aangeboren psychologische basisbehoeften, namelijk behoefte aan

  • relatie
  • competentie
  • autonomie

Onder bepaalde condities in de sociale context, zoals afwijzing, overvraging en overmatige controle, kan de ontwikkeling van mensen stagneren of devitaliseren. Als compensatie kunnen mensen dan reageren met verdedigende of zelfbeschermende strategieën. Als iemand bijvoorbeeld door zijn omgeving wordt afgewezen dan kan hij reageren met niet-functioneel bedrag zoals boos worden, zich terugtrekken, zich anti-sociaal gedragen etc. Dit kan tot gevolg hebben dat de omgeving hier met nog meer afwijzing op reageert.

Niet alleen functionele, maar ook niet-functionele interacties tussen mensen en hun sociale omgeving hebben de neiging om zich te herhalen. Hierdoor ontstaan patronen, die zichtbaar maken hoe mensen zich richten op hun sociale omgeving om invloed uit te oefenen op de wijze waarop die al dan niet voorziet in hun behoeften aan relatie, competentie en autonomie.

Relatie: welkom zijn/je veilig en gewaardeerd voelen

Kinderen ervaren dat ze erbij horen, mee mogen doen en dat anderen met hen willen spelen en werken. Het gevoel van relatie wordt versterkt als kinderen invloed hebben op de manier
waarop er met hen wordt omgegaan.

Kinderen met een vervulde relatiebehoefte voelen:
• een goed contact met mensen om hen heen;
• dat ze de mensen mogen met wie ze omgaan;
• dat ze goed kunnen opschieten met de mensen met wie ze in contact komen;
• zich niet eenkennig (introvert, verlegen);
• dat ze veel sociale contacten hebben;
• dat de mensen waar ze regelmatig mee omgaan bijna zijn als vrienden;
• dat veel mensen om hen heen om hen geven;
• een warme band met de personen met wie ze veel contact hebben.

Competentie: voor vol worden aangezien/geloof en plezier hebben in eigen kunnen

Kinderen merken dat ze dingen weten en kunnen. Ze leveren prestaties en krijgen daarvoor
waardering van anderen (ouders, leerkracht en medeleerlingen). Leren wordt betekenisvoller als kinderen invloed hebben op wat en hoe ze leren.

Kinderen met een vervulde competentiebehoefte voelen:
• zich bekwaam (handig, kundig, vaardig);
• dat ze in staat zijn om interessante en nieuwe vaardigheden te leren;
• dat ze op de meeste dagen de dingen die ze doen tot een goed einde brengen;
• dat ze in hun leven veel kansen hebben om te tonen hoe capabel (geschikt) ze zijn;
• dat ze succesvol zijn in het uitvoeren van taken

Autonomie: ruimte krijgen/zelf mogen kiezen en verantwoordelijk zijn

Kinderen mogen zelf beslissingen nemen, keuzen maken en dragen verantwoordelijkheid voor hun initiatieven en activiteiten. Hun gevoel van autonomie wordt versterkt als zij zich betrokken weten bij de belangrijke zaken in hun leef- en leeromgeving.

Kinderen met een vervulde autonomiebehoefte voelen:
• zich vrij om zelf te bepalen hoe zij hun leven leiden;
• dat mensen waarmee ze dagelijks omgaan rekening houden met hun gevoelens;
• zich vrij om hun ideeën en opvattingen te uiten;
• dat zij zichzelf kunnen zijn in dagelijkse situaties;
• zich niet in een keurslijf gedrukt;
• dat er veel gelegenheden zijn om zelf te bepalen hoe de dagelijkse dingen te doen;
• zich niet erg gedwongen om te moeten doen wat hen wordt opgedragen